Skip to main content

Wat betekent vrije modem keuze

Wij geven je graag de mogelijkheid om een eigen modem te gebruiken in plaats van de Experia Box die je van ons in bruikleen krijgt. Op deze pagina vertellen we waar je op moet letten en welke instellingen je moet gebruiken om je eigen modem in te stellen. Je krijgt overigens altijd van ons de Experia Box geleverd zodat we je kunnen ondersteunen. Ben je een nieuwe klant bij Youfone? Dan moet je de Experia Box eerst aansluiten, voordat je een eigen modem kunt gebruiken.

xperiabox v10

Waar moet je op letten?

  • juiste apparatuur
    Je zorgt zelf voor de juiste apparatuur

    Je moet er zelf voor zorgen dat het modem voldoet aan onze vereisten. Deze staan hieronder beschreven. Zorg ervoor dat je een modem aanschaft welke klaar is voor de toekomst. Dit betekent dat het modem VVDSL, Bonded (vectored) VDSL, VPlus en FTTH aankan.

  • Zelf modem instellen
    Je stelt zelf je modem in

    De Experia Box die je van ons geleverd krijgt, bevat alle juiste instellingen die door ons erin zijn gezet. Hierdoor hoef je alleen maar het modem aan te sluiten en je hebt internet. Wanneer je zelf een modem aanschaft, moet je zelf het modem juist instellen.

  • Hulp nodig?
    Hulp nodig?

    Om je goed van dienst te kunnen zijn krijg je altijd de Experia Box van ons. Alleen hiermee kunnen wij je ondersteunen wanneer er problemen zijn. Wanneer je extra ondersteuning nodig hebt voor het instellen van je eigen modem, dan verwijzen wij je door naar de leverancier van je eigen modem.

 

De modem vereisten

De technische vereisten van het modem

Log in op http://192.168.2.254/ gaan om te bekijken welke type VDSL verbinding je hebt. Voor de Experia Box V10 kun je gaan naar 'status' en dan bij 'huidige uplink' staat je verbindingstype. Voor de Experia Box V10A kun je gaan naar 'DSL status' en dan bij 'DSL Modulation' staat je verbindingstype.

  • VDSL2+_POTS = (ADSL2+)
    • ITU-T G.993.2 Annex A (up to 17 Mhz profiles)
    • ITU-T- G.998.4 G.INP, (interleaved Forward Error Control) en DLM DSL stabilisatietechniek
    • ETSI TR 101 830-1 V1.5.2. spectraalshaping
    • UPBO ITU-T G993.2 amendment x (Upstream Power Back-Off) Spectraal management
    • ITU-T G.997.1 Physical layer management
    • ITU-T G994.1 Handshake protocol
  • VVDSL2_POTS = (Vectored VDSL2 en VPlus)
    • ITU-T G.993.2 Annex A (up to 17 Mhz profiles)
    • ITU-T G.993.5 standaard voor Vectored VDSL
    • ITU-T G.998.4 G.INP, (interleaved Forward Error Control) DSL stabilisatietechniek
    • SRA, (Seamless Rate Adaption) verbetert de stabiliteit van een verbinding
    • ETSI TR 101 830-1 V1.5.2. spectraalshaping
    • UPBO ITU-T G.993.2 amendment x (Upstream Power Back-Off) Spectraal management
    • ITU-T G.997.1 Physical layer management
    • ITU-T G.994.1 Handshake protocol
    • Long Reach VDSL2: ITU-T G.993.5/Annex B & G.993.2/Annex D, toevoeging voor Long Reach VDSL2
    • Vplus: ITU-T G.993.2 - Annex Q, profile 35b,
  • B(V)VDSL2_POTS = (Bonded (Vectored) VDSL(2))
    • ITU-T G.993.2 Annex A (up to 17 Mhz profiles)
    • ITU-T G.993.5 standaard voor Vectored VDSL
    • ITU-T G.998.4 G.INP, (interleaved Forward Error Control) DSL stabilisatietechniek
    • SRA, (Seamless Rate Adaption) verbetert de stabiliteit van een verbinding
    • ETSI TR 101 830-1 V1.5.2. spectraalshaping
    • UPBO ITU-T G.993.2 amendment x (Upstream Power Back-Off) Spectraal management
    • ITU-T G.997.1 Physical layer management
    • ITU-T G.994.1 Handshake protocol
    • ITU-T G.998.2 / IEEE 802.3ah (Ethernet-based multi-pair bonding)
    • Long Reach VDSL2: ITU-T G.993.5/Annex B & G.993.2/Annex D, toevoeging voor Long Reach VDSL2
  • GOF / EOF / GPON / XGSPON = (FTTH - Glasvezel)

    Eigen apparatuur kun je aansluiten op de ethernet aansluiting van het Optical Netwerk Termination Unit (NT):

    • Ethernetaansluiting met RJ45-stekker voor gebruik van UTP (twisted-pair) kabels.
    • De NT moet je aansluiten op een 230V netspanning, via de bijgeleverde laagspanning adapter.

     

    Let op: gebruik de NT die wij leveren (met ethernetaansluiting en RJ45-stekker). De glasvezel in de FTU (waar het glas afgemonteerd is) is zeer kwetsbaar. We raden je daarom sterk af om de FTU los te maken van het NT (met ethernetaansluiting). Aan een reparatie zijn kosten verbonden.

     

    Bij GPON en XGSPON (10) Gigabit Passive Optical Network techniek, die wij sinds 2019 gebruiken, is de ONT een onmisbaar onderdeel van de verbinding. Deze kun je dus niet verwijderen. Bij de techniek "Active Optical Network (AON)", is de NT een mediaconverter, hiervoor zijn de specificaties beschikbaar:

    • IEEE 802.3 100Mbit (100-Base-BX-U) of 1Gbit (1000Base-BX-10-U) (bidirectional Full duplex transmission, no auto-negotiation, no pause frames)
    • SFP Specs: TX 1310 nm / RX 1490/1550 nm
    • 14 km range
    • >15 dB power budget
    • Class 1 laser product
    • Transmit power -3 ... -9 dBm
    • Receive power -3 ... -22 dBm
    • Type Fiber is singlemode Fiber (9/125) met SC/PC connector (blauw) of SC/APC connector (groen). De gebruikte connector in de FTU kan verschillen. Verbind deze via een koppelblokje van het goede type (kleur). Let op: verbind nooit verschillende kleuren!

De gegevens voor het instellen van je modem

Om internet te gebruiken, moet je eerst je modem instellen. Kijk in de handleiding van de fabrikant waar je de instellingen moet invoeren.

  • Instellingen voor Internet

    Internet

    • PPPoE via VLAN 6 (802.1q).

    • PPPoE authenticatie PAP met een gebruikersnaam en wachtwoord (bijv internet / internet).

    • Maximale pakket grote (mtu) 1500 bytes (rfc4638)

    • IPv4 adres + DNS servers via PPPoE verkrijgen

    • IPv6 adres reeks + DNS servers (IPv6) via DHCPv6-PD verzoek (in PPPoE). Een adres gebruiken uit reeks voor router.

    Lokaal netwerk (thuisnetwerk)

    • IPv4 adressen (private reeks rfc1918) + DNS server(s) uitdelen middels DHCP server.

    • IPv6 adressen en DNS server(s) uitdelen (reeks van verkregen prefix) via SLAAC en/of DHCPv6.

    • Voor netwerk poorten in apparatuur activeer IGMP snooping functie (voorkomt TV signaal op alle poorten).

Om gebruik te maken van Vast Bellen via je eigen modem, heb je enkele gegevens nodig: je telefoonnummer, je SIP-gebruikersnaam, je SIP-wachtwoord en de domeinnaam van het telefonieplatform, om hiermee te verbinden. Dit zijn de zogenaamde SIP-instellingen. Let op: ben je een nieuwe klant van Youfone, sluit dan de eerste keer de Experia Box aan.

  • Bekijk de SIP-gegevens

    De SIP-gegevens bestaan uit:

    • Domain: ims.imscore.net (Ook Registar en Realm)
    • Proxy: voip1-ext.kpn.net
    • Poort: 5060
    • Telefoonnummer: eigen nummer, internationale +31 notatie zonder nationaal nummer “0”
    • SIP-gebruikersnaam en -wachtwoord kun je opvragen door naar de klantenservice te e-mailen.
    • Displayname: (……) zelf invullen (Lokale naamgeving voor telefoon op thuisnetwerk)

     

    De SIP-gebruikersnaam en het -wachtwoord, kun je opvragen door naar de klantenservice te e-mailen.

     

    Vul in het modem je telefoonnummer, gebruikersnaam en wachtwoord in. Het modem registreert zich vervolgens in de KPN VoIP-centrale.

     

    Bij foutieve gegevens, zal de centrale, in verband met de veiligheid, het account tijdelijk blokkeren. Afhankelijk van de fabrikant, model en softwareversie, kunnen automatisch meerdere inlogpogingen worden uitgevoerd. De KPN-centrale zal deze automatische inlogpogingen zien als een reden om je account te blokkeren. Na ongeveer 15 minuten zal het account weer worden vrijgegeven.  

     

    Let op: behandel SIP-inloggegevens hetzelfde als bankgegevens. Iedereen die je SIP-gegevens (je telefoonnummer, SIP-gebruikersnaam en SIP-wachtwoord) kent, kan daarmee telefoongesprekken voeren, deze verschijnen vervolgens op jouw factuur. Je bent zelf verantwoordelijk dat de SIP-gegevens vertrouwelijk blijven. Denk je dat de SIP-inloggegevens door iemand anders worden gebruikt? Neem dan contact op met KPN voor een blokkade of pas de SIP-gegevens direct aan op dezelfde manier als je de SIP-inloggegevens hebt gemaakt.

  • Instellingen voor Vast Bellen (VoIP)

    SIP-instellingen

    De volgende instellingen van je VoIP zijn belangrijk, Hiermee kan je telefonie op je eigen modem correct instellen. Wij raden je dan ook aan om de default settings van je eigen modem te controleren en waar nodig aan te passen.

    • Verplichte codec: ITU G711A /8000 altijd aanbieden
    • Ondersteunde Codecs: G711U /8000 & G722 (andere codecs kunnen ook gebruikt worden op eigen risico, maar kunnen leiden tot mogelijke interworking/audio problemen)
    • Sample rate: 8000 p/s
    • DTMF: RFC 2833 (andere methodes worden niet ondersteund)
    • Clip: Ja / actief (Nummerweergave)
    • Fax: T.38 (ITU recommendation voor fax over IP networks (FoIP)
    • Transport type: UDP
    • RTP Port Range: 16384 – 32767 (geadviseerde port nummers voor RTP)
    • RTP Packet size: 20ms
    • SIP (her) registratie timer: 3600 sec
    • QOS packet markering: IEEE802.1p (priority) = 5 (Voice, low latency and jitter) en optioneel DSCP met de waarde“ EF” of dec=46 of Hex=0x2E

     

    SIP-instellingen en Prefix instellingen

    • SIP options: nee / niet actief

    • Call Waiting: Ja (wisselgesprek functioneert alleen als het modem en het achterliggende toestel de wisselgesprek functionaliteit ondersteund)

    • Country code Prefix: Niet invullen.

    • Area code Prefix: Niet invullen

    • Emergency call Prefix: Niet invullen

    • Anonymous call: optie *31* voor het nummer om het nummer te blokkeren

    • Country code Prefix: Niet invullen (een nationaal nummer dat begint op '0' wordt automatisch omgezet naar een internationaal formaat '+31').

    • Area code Prefix: Niet invullen. Als er een lokaal nummer kozen wordt, dan wordt dit vanuit het netwerk herkend en zal het lokale nummer automatisch worden aangevuld met het juiste netnummer.

    • Emergency call Prefix: Niet invullen. (Een gesprek naar het noodnummer 112, wordt automatisch doorgezet naar de meldkamer).

    Let op: Als je het apparaat met SIP-inloggegevens (eigen modem of VoIP basisstation) weggeeft of verkoopt, Reset het apparaat dan naar de fabrieksinstellingen. Op die manier verwijder je de SIP-inloggegevens van het apparaat.